In 2008 verdiende 18 procent van de zorgbestuurders in Nederland meer dan de Balkenende-norm die in dat jaar 176.000 euro bedroeg. De Beloningscode Bestuurders in de Zorg (BBZ), die door de zorgsector in 2009 zelf werd vastgesteld, werd zelfs met 39 procent overschreden. Dit blijkt uit onderzoek van bureau PCkwadraat in samenwerking met Zorgmarkt.
De Balkenende-norm ad 176.000 euro (de norm van 130 procent van het gemiddelde ministersalaris in 2008) is een veel gehanteerde algemene toets gericht op een maximumbedrag. Deze norm gaat echter voorbij aan het specifieke karakter van concrete situaties zoals omzet, complexiteit, enzovoort. De BBZ-norm houdt daar wel rekening mee. Nieuw aangestelde bestuurders mogen volgens deze norm maximaal 190.000 euro verdienen inclusief bonussen. Voor bestuurders in een risicovolle marktomgeving bestaat de mogelijkheid voor een uitloop met maximaal 30 procent naar 247.000 euro.
De overschrijdingen van beide normen zijn het grootst bij de Academische ziekenhuizen. De Balkenende-norm wordt daar met 93 procent overschreden, het maximum van de BBZ-norm met 69 procent. De minste overschrijders zijn te vinden bij de GGZ en Gehandicaptenzorg (1 op 3 bestuurders). Het gemiddelde bestuurderssalaris (bruto en gecorrigeerd naar deeltijdpercentages) bedraagt 131.000 euro. De spreiding rond dit gemiddelde is groot. Bij Academische ziekenhuizen is het gemiddelde 219.000 euro, terwijl dit in de sector Verpleging, Verzorging en Thuiszorg (VVT) 115.000 euro is. Het hoogste individueel brutosalaris bedraagt 307.000 euro en is terug te vinden in de GGZ.
Toekomst
Jacques Gerards, directeur van de Nederlandse Vereniging van Toezichthouders in de Zorg (NVTZ) en medeverantwoordelijk voor de ontwikkeling van de BBZ heeft zijn bedenkingen bij het onderzoek. “De onderzoekers zeggen in feite ‘dat als de BBZ er geweest zou zijn, dan …’, maar de BBZ was er niet. De salarissen van al deze bestuurders zijn vastgesteld vóór de BBZ. Je kunt je afvragen wat de zin van de vergelijking is” zegt hij in het nieuwste nummer van Zorgmarkt van begin februari.
Volgens onderzoeker Jean Pierre Tulleneers van bureau PCkwadraat heeft het onderzoek wel degelijk zin, omdat uit de toekomstige praktijk van inschalen van bestuurders zal moeten blijken hoe de toepassing van de norm uitpakt. ‘Immers, indien een praktijk ontstaat waarbij het BBZ-schaalmaximum inclusief de toeslag van 30 procent de standaard wordt, dan legitimeert de BBZ-vergoedingsnorm de bestaande situatie. Als echter het BBZ-maximum de standaard wordt en de toeslag van 30 procent als (grote) uitzondering, dan zullen de bestuurderssalarissen ten opzicht van 2008 gaan dalen.’ Hanteren van de BBZ-norm betekent dat bestuurders van kleinere zorgorganisaties minder zouden moeten verdienen dan het maximum, omdat de BBZ-norm immers rekening houdt met parameters als omzet en omvang. In de laagste BBZ-salarisschaal bijvoorbeeld is het maximum 71.000 euro.
Onderzoek
Het onderzoek is gebaseerd op de gegevens van 2008 zoals opgenomen in de Jaarverslaglegging voor de zorg. In totaal zijn de beloningsgegevens van 1.175 bestuurders, waarvan 54 interim-managers, geanalyseerd. Hierbij zijn 695 zorgaanbieders betrokken. In de analyse van het inkomen van de zorgbestuurders is gebruik gemaakt van de brutosalarissen inclusief vakantiegeld en eindejaarsuitkeringen. Niet meegenomen zijn de werkgeverslasten, onkostenvergoedingen, bonussen en ontslagvergoedingen. De interimmers zijn buiten beschouwing gelaten. De brutosalarissen van alle betrokken bestuurders in loondienst vertegenwoordigen een bedrag van 140,6 miljoen euro. Het totaalbedrag aan belastbaar inkomen bedraagt 181 miljoen euro. De onkostenvergoedingen bedragen 1,3 miljoen euro, de bonussen 1,56 miljoen euro en de ontslagvergoedingen 10,8 miljoen euro.
